11. Schoolplaat ‘Fabrieksstad Enschede’
Ga naar Plattegrond hal 2
Je kijkt naar een schoolplaat uit 1916 met de titel Fabrieksstad Enschede. Zulke platen hingen vroeger in klaslokalen. Ze maakten geschiedenis zichtbaar voor leerlingen.
De schilder was Herman Heijenbrock. Hij maakte deze voorstelling vanaf de watertoren van spinnerij Jannink. Je ziet Enschede met huizen, fabrieken en hoge schoorstenen. Uit de schoorstenen komt rook.
Op de voorgrond ligt een spoorlijn. Die was belangrijk voor de fabrieken. Via het spoor werd steenkool aangevoerd. Die werd gebruikt om de stoomketels te stoken. Ook kwamen grote balen katoen per trein naar de spinnerijen. De garens en stoffen werden daarna weer naar andere plaatsen vervoerd.
In 1830 gebruikte de firma H. E. Hofkes & Co. in Almelo als eerste in Twente stoomkracht voor het aandrijven van katoensp machines. Dat was een belangrijk moment voor de textielindustrie. Door stoomkracht konden machines langer en sneller werken. Later kwamen er steeds meer fabrieken met stoommachines.
De groei van de fabrieken had ook een keerzijde. De lucht werd vervuild door rook en roet. Mensen konden hun was soms niet buiten laten drogen. Fabrikanten verdienden goed, maar arbeiders werkten lange dagen voor weinig loon. Rond 1830 werkten sommige textielarbeiders veertien tot vijftien uur per dag. Ook later waren werkdagen van ongeveer twaalf uur nog normaal. Vanaf 1889 werd ongeveer elf uur per dag gewerkt.
Het werk was zwaar en vaak ongezond. Deze schoolplaat laat Enschede zien als een stad in volle ontwikkeling, met groei én grote verschillen tussen fabrikanten en arbeiders.