9. Urn gevonden op het grafheuvel complex van Mander
In het begin van de bronstijd begroeven mensen hun doden meestal in grafheuvels. Later veranderde dat. Mensen werden steeds vaker gecremeerd. Een dode werd dan verbrand op een brandstapel. De as en de botresten kwamen in een urn, een pot van gebakken klei. Vaak werd zo’n urn begraven tussen veel andere potten. Zo ontstonden urnenvelden, met tientallen of zelfs honderden graven bij elkaar.
De urn die je hier ziet komt uit het urnenveld van Mander, langs de Streuweg. Dat is een rijksmonument en hoort bij een groot prehistorisch landschap met grafheuvels en raatakkers. De vondsten hier laten goed zien hoe de gewoonte veranderde: eerst begroeven mensen hun doden in grafheuvels, later legden zij urnen met as in urnenvelden.
De urn is ongeveer 3000 jaar oud, uit de overgang van de late bronstijd naar de ijzertijd, rond 1000 voor Christus. De pot is samengesteld uit scherven en met de hand gevormd uit klei. Daarna is hij gebakken in een open vuur. Hij heeft een smalle voet en een brede opening. Bovenaan is de rand versierd met twee parallelle banden, gemaakt met een stokje of touw.
Voor de mensen van toen was dit niet zomaar een pot. De urn hoorde bij een afscheid vol rituelen. Door de as in zo’n pot te bewaren en in het urnenveld te begraven, gaven zij de dode een vaste plek: tussen de voorouders, in het landschap rond Mander.