13. Vier weefmachines

Ga naar Plattegrond hal 3

Je ziet hier vier machinale weefgetouwen. In het Engels heten die power looms. De machines maken stoffen van ongeveer zeventig centimeter tot één meter breed.

Bij het weven lopen de lange draden, de kettingdraden, over het weefgetouw. De inslagdraad gaat daar steeds dwars doorheen. Deze weefmachines deden dat veel sneller dan een handwever.

Door technische verbeteringen kon één wever meerdere machines tegelijk bedienen. De machines stopten bijvoorbeeld wanneer een draad brak. Ook werd het garen in de schietspoel bij sommige machines automatisch aangevuld.

De machines maakten vooral eenvoudige stoffen, zoals platbinding en keper. In fabrieken stonden vaak honderden weefgetouwen. Ze werkten meestal met katoenen garen uit spinnerijen in de buurt.

Alle vier de machines werden aangedreven door één grote as. Via leren riemen kwam de draaiende beweging bij de machines. Dat werkte goed, maar was ook gevaarlijk. Een losschietende riem kon iemand verwonden.

Later kreeg iedere machine een eigen elektromotor. Dat was veiliger en zuiniger.