19. Neergang van de textielindustrie
Ga naar plattegrond
In de jaren zestig kreeg de Twentse textielindustrie grote problemen. In 1963 werd de geleide loonpolitiek losgelaten. Daarna stegen de lonen snel. De arbeidskosten in Nederland werden daardoor hoger.
Tegelijkertijd maakten andere landen textiel tegen lagere kosten. Veel Twentse fabrieken werkten bovendien nog met oude machines. Fabrikanten investeerden niet altijd genoeg in nieuwe technieken.
Ook kledingbedrijven die textiel afnamen, verplaatsten hun productie naar landen waar de lonen lager waren. Daardoor werd er minder Twents textiel verkocht.
Steeds meer fabrieken sloten hun deuren. Sommige bedrijven gingen failliet. Andere fabrieken werden samengevoegd of stopten vrijwillig. Duizenden mensen raakten hun werk kwijt.
De neergang had gevolgen voor de hele regio. Niet alleen arbeiders verloren hun baan. Ook winkels, cafés en andere bedrijven kregen minder klanten.
Veel arbeidsmigranten bleven in Twente wonen. Hun kinderen en kleinkinderen werken nu in allerlei beroepen.
De textielindustrie verdween grotendeels, maar hoort nog altijd bij de geschiedenis en de identiteit van Twente.