2. Sporen van weven in de IJzertijd
Ga naar plattegrond Hal 1
Mensen maakten in Twente al meer dan tweeduizend jaar geleden textiel. Archeologen vonden bij Azelo, vlak bij Borne, sporen van een weefgetouw uit de IJzertijd. De vondst werd gedaan tijdens werkzaamheden aan de A1. Daarbij kwamen stukken van weefgewichten tevoorschijn.
De weefgewichten die je hier ziet, komen niet uit Azelo. Ze lijken wel sterk op de gewichten die daar zijn gevonden. Zulke gewichten waren meestal gemaakt van klei of steen.
Ze hingen aan de verticale draden van een eenvoudig weefgetouw. Deze draden noemen we de kettingdraden. De gewichten hielden de draden strak. Zo kon de wever een andere draad tussen de kettingdraden door halen. Die horizontale draad noemen we de inslagdraad. Door de draden steeds over en onder elkaar door te halen, ontstond een stuk stof.
Textiel was belangrijk voor kleding en dekens. Mensen maakten alles met de hand. Weven kostte daarom veel tijd en geduld.
De vondst van weefgewichten laat zien dat mensen in Twente al in de IJzertijd konden spinnen en weven.