3. Germaanse boerderij en spinklosjes
Ga naar plattegrond Hal 1
Je staat bij een maquette van een boerderij uit de Romeinse tijd. Ongeveer tweeduizend jaar geleden stond er zo’n boerderij bij Denekamp.
Archeologen vonden daar paalafdrukken in de grond. Dat zijn donkere plekken die achterbleven nadat houten palen waren vergaan. Aan de plaats van die afdrukken konden archeologen zien waar de palen van de boerderij hadden gestaan. Zo konden zij een beeld maken van de vorm en de indeling van het gebouw.
In de boerderij woonden mensen en stonden ook dieren, zoals schapen. De bewoners hielden de dieren onder hetzelfde dak als hun woonruimte. Ze maakten veel voorwerpen zelf. Bij de opgravingen vonden archeologen onder andere spinklosjes en weefgewichten. Die voorwerpen wijzen erop dat hier werd gesponnen en geweven.
Spinnen betekent dat je losse vezels in elkaar draait. Zo ontstaat een lange draad. Dat gebeurde met een spintol. Door het gat in het spinklosje stak men een stokje. Het klosje werkte als een gewicht aan de onderkant van de stok. Daardoor bleef de spintol langer draaien.
Spinnen kostte veel tijd en geduld. Een oude uitdrukking herinnert daar nog aan: ‘de draad kwijt zijn’.
Wil je een echt spinklosje zien? Kijk dan in de tweede lade rechts van de maquette.