4. Los hoes – vlas van stengel naar vezel

Ga naar plattegrond Hal 1

Je staat voor een los hoes, een Twentse boerderij. In een los hoes leefden mensen en dieren onder één dak. Binnen waren geen vaste muren. Het woondeel en het stalgedeelte lagen in dezelfde ruimte.

Kijk naar het vlaskapelletje: een bosje rechtopstaande vlasstengels. Uit de stengel van de vlasplant kunnen vezels worden gehaald. Met die vezels maakten mensen linnen. Je ziet hier ook losse vlasvezels. Je mag ze aanraken en voelen.

Vlas werd gebruikt voor kleding en linnen doeken. De zaden van de plant konden ook worden gebruikt voor voedsel en olie.

Op de zolderrand rechts liggen gereedschappen waarmee vlas werd verwerkt. Eerst werden de zaaddozen van de stengels gehaald. Daarna werd het vlas geroot. Het werd op het land of in water gelegd. Door dit proces kwamen de vezels los van de houtachtige delen van de stengel.

Met een braakbank werden de stengels gebroken. Met een zwingel werden de houtachtige resten verwijderd. Tot slot werden de vezels met een hekel gekamd. De vezels lagen dan netjes in dezelfde richting en konden worden gesponnen.

Het verwerken van vlas was zwaar en kostte veel tijd.