9. Fabriqueurskist van Abraham ter Horst
Ga naar Plattegrond hal 2
Vroeger was vervoer niet gemakkelijk. In Twente ging het vervoer waar mogelijk over water. Voor andere routes gebruikte men de wegen. Die waren vaak slecht, vooral bij regen. Handelaren gebruikten daarom stevige houten kisten om garen, stoffen en papier te bewaren en te vervoeren. Sommige kisten waren ook waterdicht.
De kisten herinneren aan de opkomst van de textielhandel in Twente. De bevolking groeide en de meeste boerenbedrijven waren klein. Er was maar weinig goede landbouwgrond. Daardoor kon niet iedere boerenzoon later een eigen boerderij beginnen.
Aanvankelijk was spinnen en weven vooral een bijverdienste. In de winter was er weinig werk op het land. Boerengezinnen werkten dan thuis met garen en stoffen. Wat zij extra maakten, verkochten zij aan handelaren. Later gingen sommige boerenzonen steeds meer spinnen of weven. Voor hen werd textiel uiteindelijk het belangrijkste, of zelfs het enige, werk.
In 1597, tijdens de Tachtigjarige Oorlog, veroverde prins Maurits Enschede op de Spanjaarden. Daarna werden de buitenste gracht en de aarden wallen grotendeels afgebroken. Enschede werd daardoor een open stad. De stad kreeg meer ruimte om te groeien en werd aantrekkelijker voor handel en ambacht.
De handelaren die het thuiswerk regelden, werden fabriqueurs genoemd. Zij waren voorlopers van de latere textielfabrikant