8. Verven van stoffen

Ga naar Plattegrond hal 2

Naast bedrukken werden stoffen ook geverfd. Voor een blauwe kleur gebruikte men indigo. Deze kleurstof kwam uit planten van het geslacht Indigofera, die vooral in warme gebieden groeiden.

In Europa gebruikte men lange tijd ook wede, of pastel. De bladeren van deze plant bevatten eveneens een kleine hoeveelheid indigo. Met wede kon men mooie blauwe kleuren maken. Voor zeer donkerblauw was de kleurstof uit de Oost echter sterker. In de zeventiende eeuw werd deze oosterse indigo daarom steeds belangrijker.

De stof ging in een verfbad. In het bad was de kleurstof eerst niet blauw, maar geelgroen. Pas bij contact met zuurstof uit de lucht werd de stof blauw. Door de stof vaker in het verfbad te dompelen en daarna aan de lucht bloot te stellen, werd de kleur steeds donkerder.

Het verven was zwaar werk. De indigo kleurde niet alleen de stof, maar ook de handen en de werkplaats van de verver blauw.

Vanaf het midden van de negentiende eeuw kwamen synthetische kleurstoffen op. De eerste synthetische kleurstof werd in 1856 ontdekt. Later werden ook synthetische blauwtinten ontwikkeld. Deze kleurstoffen waren vaak goedkoper en beter geschikt voor massaproductie. Rond het begin van de twintigste eeuw werden natuurlijke kleurstoffen daarom minder vaak gebruikt.

Loop nu verder naar de inham in de vitrinewand. Daar zie je kisten van de eerste Twentse fabriqueurs.