15. Snelweefgetouw met Jacquardkop - het snel weven
Ga naar Plattegrond hal 3
Op een handweefgetouw moest de wever de spoel met de hand tussen de kettingdraden door gooien. In Twente werd dat ook wel smieten genoemd. De wever had daarvoor twee handen nodig.
In 1733 werd de schietspoel uitgevonden. Met een trekmechanisme en een koordje schoot de spoel snel tussen de draden door. De wever had daardoor nog maar één hand nodig. Het werk werd lichamelijk minder zwaar en het weven ging sneller. Ook konden er bredere stoffen worden gemaakt.
In de jaren 1830 kwam deze techniek naar Twente. Er werden weefscholen opgericht om wevers met de nieuwe snelspoel te leren werken. De eerste Twentse weefschool kwam in 1833 in Goor. In 1840 waren alle 8.000 Twentse wevers op de snelspoel overgestapt.
De snelspoel maakte het weven ongeveer drie keer zo snel. Daardoor groeide de productie sterk. Steeds meer mensen gingen in de textiel werken, onder wie vrouwen en jongeren.
Kijk nu naar boven, naar de Jacquardkop op dit weefgetouw. Druk op de knop met het pijltje voor meer uitleg over dit onderdeel.