16. Snelweefgetouw met Jacquardkop – Jacquardweven
Ga naar Plattegrond hal 3
Boven op dit weefgetouw zie je de Jacquardkop. Deze machine werd in 1804 ontwikkeld door de Fransman Joseph-Marie Jacquard.
Voor die tijd hielp een extra persoon bij het weven van patronen. Deze persoon trok de juiste kettingdraden omhoog of omlaag. Dat was tijdrovend werk.
De Jacquardkop nam dit werk over. De machine werkte met ponskaarten. In elke kaart zaten gaatjes. De gaatjes vormden samen een patroon. De machine las de kaart en bepaalde daardoor welke kettingdraden omhoog moesten.
De ponskaarten werkten als een eenvoudige code. Een gaatje betekende: deze draad omhoog. Geen gaatje betekende: deze draad niet omhoog. Zo bepaalde de kaart precies welk patroon de machine moest weven.
Met de Jacquardkop konden ingewikkelde patronen machinaal worden geweven. Dat gebeurde bijvoorbeeld bij damast en meubelstoffen. Damast is een stof met geweven patronen, vaak met een glanzend en een mat deel.
Vroeger werd damast geweven op een trekgetouw, ook wel een sempelgetouw genoemd. Boven op het weefgetouw zaten één of twee jongens. Zij trokken op aanwijzing van de wever de juiste kettingdraden omhoog. Dat was tijdrovend werk en maakte damast kostbaar.
Niet iedereen was blij met de Jacquardkop. Sommige wevers waren bang dat machines hun werk zouden overnemen. Toch ontstond er ook nieuw werk voor mensen die de machines bedienden en onderhielden.
De Jacquardkop was een vroege vorm van programmeerbare techniek. Tegenwoordig worden Jacquardweefgetouwen met computers aangestuurd